Taaldenken en beelddenken

671-klok-tijd-muur-1920-fotos-voor-therapeuten

k-l-o-k

518-boom-alleen-veld-1920-fotos-voor-therapeuten

 b-oo-m

De meeste mensen denken voornamelijk verbaal, dus in taal. De beelden die zij zien zijn vaak puur illustratief en ondersteunend voor de manier waarop zij denken. Deze beelden zijn daarom dus ondergeschikt aan de taal (de woordbeelden) waarin gedacht wordt. Je zou deze manier van verbaal denken, ‘taaldenken’ kunnen noemen.

Beelddenken is een visuele manier van denken. In plaats van in woorden wordt informatie opgenomen, verwerkt, opgeslagen en gereproduceerd in beelden: foto’s, plaatjes, films. Iedereen denkt in meer of mindere mate in beelden, maar er kunnen problemen ontstaan omdat beelddenkers dit primair doen.

Waarom leren beelddenkers anders?

Beelddenken is een oorspronkelijk denkproces waarbij visuele, auditieve en zintuiglijke informatie gelijktijdig wordt verwerkt. Het kan omschreven worden als een soort ruimtelijk denken: het denken in beelden en gebeurtenissen, niet in woorden en begrippen. Beelddenkers zien beelden van situaties en gebeurtenissen, waarin meerdere zaken tegelijkertijd zichtbaar worden. Daardoor overziet de beelddenker snel het geheel en komt hij vlot tot een oplossing. Dit is natuurlijk heel mooi maar vaak ook lastig. Waarom eigenlijk?

De problemen

Beelddenkers hebben moeite met het verwerken van seriële informatie (tijd en volgorde).Zij willen informatie ‘simultaan’, dus gelijktijdig, verwerken. In ons onderwijssysteem ligt de nadruk juist voor het grootste gedeelte op seriële informatieverwerking, zoals lezen, spelling, algoritmen en procedures bij rekenen.

In groep twee van de basisschool vallen beelddenkende kinderen in dit proces al op. Ze zien en horen niet de woorden met hun afzonderlijke letters, maar de beelden (driedimensionaal) die hen vertellen wat een woord betekent. Ze onthouden niet wat ze zien van een woord (de letters, de schrijfwijze), maar ze onthouden wat ze er van weten (ervaring, gevoel). Het beeld vertelt hen genoeg. De belevenis staat bij beelddenkende kinderen voorop, omdat ze woorden eerst moeten vertalen in beelden om ze te kunnen begrijpen. Klankwoorden die ze niet begrijpen, waar ze geen beeld bij hebben, zullen ze dan ook zo aanpassen dat ze voor hen wel een betekenis krijgen, of ze kunnen ‘beeldloze’ korte woordjes zoals lidwoorden juist helemaal overslaan bij bijvoorbeeld het lezen.

Beelddenkers leven in een wereld waarin de taaldenkers de overhand hebben. Een beelddenker moet zich daarom voordurend aanpassen.  Beelddenkers zijn heel creatief in het bedenken van oplossingsstrategieën. Daardoor hoeft een beelddenkend kind geen problemen te hebben met elk aspect van de seriële informatieverwerking, vaker hebben zij alleen problemen met één of enkele onderdelen daarvan. 

Leerproblemen

Dyslexie

  • Het meest aantoonbare probleem waarmee een beelddenker te maken zou kunnen hebben is dyslexie. Hierbij geldt, dat iemand die dyslectisch is meestal ook een beelddenker is. Zoals hierboven al is uitgelegd hoeft een beelddenker echter geen dyslexie te ontwikkelen.

Automatiseren

  • Een ander kenmerkend probleem is moeite hebben met het automatiseren van de tafels. Vaak zijn beelddenkers wel hele snelle rekenaars, hierdoor kan het nog vrij lang duren voordat iemand het in de gaten heeft.

Klokkijken

  • Zowel analoog als digitaal klokkijken kan moeilijk zijn.

Gedragsproblemen

Aandachtsproblemen

  • Een beelddenker denkt razendsnel en associatief. Elke impuls roept nieuwe beelden op en laat de films in het hoofd draaien; concentratieproblemen zijn het gevolg. Aan de andere kant kan een beelddenker ook goed hyperfocussen. Het kind gaat hierbij helemaal in de activiteit op en is slecht te bereiken. (denk bijvoorbeeld aan het kind dat onverstoorbaar televisie kijkt, leest of achter de computer zit).

Problemen met planning

  • Beelddenkers hebben problemen met tijd. Hun interne klok loopt soms sneller, als ze de oplossing ‘zien’ is de opdracht af, en vaak loopt hun interne klok echter langzamer dan de gewone klok, hierdoor krijgen ze opdrachten niet af en komen ze te laat.

Impulsiviteit

  • Beelddenkers reageren vaak impulsief. Eerst doen dan denken is het motto.

Wat zijn de gevolgen van die problemen?

Door de discrepantie tussen intelligentie en leerprestaties kunnen deze leerlingen onzeker worden. Medeleerlingen kunnen deze kinderen, als gevolg van de achterblijvende leerprestaties, als dom of anders gaan bestempelen en de beelddenker kan dit helaas zelf ook gaan geloven.

Docenten weten vaak niet zo goed hoe ze met deze kinderen om moeten gaan. Met hun impulsieve gedrag en concentratieproblemen veroorzaken beelddenkers vaak onrust in de klas. De zeer wisselende prestaties van deze kinderen geven het gevoel dat de kinderen wel kunnen maar het niet willen leren. Onzekerheid en negatief zelfbeeld worden daardoor nog groter. Leerprestaties zijn onder de maat en ze hebben het ook nog eens ‘zelf gedaan’.

Voordelen van beelddenken

Dat klinkt allemaal heel negatief maar er zijn ook genoeg positieve aspecten te benoemen. Beelddenkers zijn vaak intelligent en zeer creatief. Een vraag wordt op meerdere manieren bekeken. Hierdoor vinden ze vaak hele andere oplossingen dan de geijkte. Beelddenken is een erg snelle manier van denken. Men zegt dat je 32 plaatjes per seconde kunt verwerken tegenover 2 tot 3 woorden. Een beelddenker denkt vanuit het geheel. Ze hebben hierdoor een goed overzicht en een totaalplaatje in hun hoofd.

Beelddenker in de klas?

Al onze leerlingen willen we natuurlijk de mogelijkheid geven om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Daarom een aantal tips om het de beelddenkers en hun docenten makkelijker te maken.

Houding docent richting leerling

  • Erken dat de leerling anders denkt en daarom een andere leerstrategie nodig heeft.
  • Ga uit van de veronderstelling dat een leerling wel wìl maar niet altijd via de gebruikelijke methodes kàn leren.

Leerstof aanbieden

  • Een beelddenker snapt het wel of snapt het niet. Een beetje snappen bestaat voor deze groep leerlingen niet.
  • Laat de leerling ‘afkijken’. De beelddenker kijkt de leerstrategie af, niet de antwoorden.
  • Laat de leerling de opdracht in eigen woorden vertellen. Beelddenkers hebben moeite met auditieve informatie.
  • Biedt een totaalbeeld aan: probeer zoveel mogelijk een samenvatting / doel / het geheel van de leerstof te geven, om vervolgens de details in te vullen (dit heet het top-down leren, ook veel gebruikt bij hoogbegaafde kinderen).
  • Een computer als hulpmiddel bij het leren werkt erg goed bij deze leerlingen.
  • Check of de leerstof geautomatiseerd is door het tempo te verhogen.

In het klaslokaal

  • Zet de leerling aan de buitenkant van de klas zodat hij / zij de klas kan overzien.
  • Beelddenkers zijn snel afgeleid. Het meisje met het hondje op straat trekt al snel de aandacht, maar ook kuchende en schuifelende kinderen in de klas verstoren de concentratie. Gebruik hulpmiddelen zoals een koptelefoon en/of study buddy. http://www.study-buddy.eu/
  • Help de leerlingen met tijd indelen, waarschuw regelmatig hoeveel tijd verstreken is. Maak gebruik van planningsborden en klokjes.
  • Zorg voor voldoende ontspanning (computerspelletjes zijn, mits gelimiteerd, ontspannend voor deze kinderen)

En tot slot….

Samenvattend kunnen we zeggen dat beeldenkers leuke, slimme en buitengewoon creatieve kinderen zijn. Met begrip, aandacht en de juiste leermethodes kunnen zij het heel ver schoppen. Ik leer anders, is een relatief nieuwe methode die in Nederland in korte tijd steeds meer terrein heeft weten te winnen. De kracht zit ‘m in het simpele;  het biedt de stof op een eenvoudige visuele manier aan, een manier die bij deze kinderen past. De resultaten zijn betere leerprestaties, meer zelfvertrouwen en weer met plezier naar school gaan.